Overlevenden

The Topor family

The Topor family

The Sipo-SD summoned the father, 41, the mother, 48, Szmul Herszek, 17, and even the youngest, Isidor, 12, to the Dossin Sammellager on the 17th of August.

The Vos-Nabarro family

The Vos-Nabarro family

These Dutch Jews from Antwerp, Emilius Vos, a 31-year-old diamond worker, Rebecca Nabarro, 28 and their children lived in what was called the Jewish quarter, which lay within the bounds of the second great nighttime raid organized in Antwerp.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 12 september 1942 met transport 9

Leon Rotstein

Leon Rotstein, een Russische Jood, die in 1929 immigreerde, wordt op 7 augustus 1941 aangehouden in zijn woonplaats in Charleroi.

The Sztejnberg-Helman family

The Sztejnberg-Helman family

Mendel Majer Sztejnberg, a young Jew from Kaluszyn in Poland, travelled to the West alone. He settled in Brussels in 1920. He worked as a cobbler in shoe repair shops all over the capital.

The Grycman-Berkowicz family

The Grycman-Berkowicz family

The Grycman-Berkowicz family had five members. They arrived in the Dossin Barracks on 5 October, but only stayed there for five days, as they were put on board Transport 12, which left Mechelen on 10 October.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 24 oktober 1942 met transport 14

Gezin Nagiel-Amtmann

Het gezin Nagiel-Amtmann telt vier leden: vader Elja Noech Nagiel, moeder Margula Amtmann en hun twee zonen, Joseph, geboren in Antwerpen in 1940, en Félix, geboren in 1941 in Etterbeek.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 31 oktober 1942 met transport 16

Gezin Potaszewicz

Szmul Potaszewicz, een Poolse Jood, kwam in 1923 in België aan. Marie Zawadzka voegde zich een jaar later bij hem.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 31 oktober 1942 met transport 16

Ludwig Posener

Kurt Friedrich Posener is een Duitse Jood die na de Kristallnacht van 9 november 1938 naar Brussel vluchtte. Zijn zoon Ludwig, dan twaalf jaar oud, gaat met hem mee.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 april 1943 met transport 20

Echtpaar Landskroner-Reig

Berta Landskroner en Leib Reig werden in 1939 uit het Reich uitgewezen en vestigen zich in Brussel.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 april 1943 met transport 20

Gezin Goldsteinas-Vistinezki

Mendelis Goldsteinas en Hinda Vistinezki, Litouwse Joden, immigreerden respectievelijk in 1924 en 1925 naar België.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 20 september 1943 met transport 22A

Gezin Gruszow

Feiwel Gruszow, diamantbewerker van beroep, en Ilse Oppenheimer immigreerden respectievelijk vanuit Polen in 1909 en vanuit Duitsland in 1928.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 15 januari 1944 met transport Z

Rosa Keck

Rosa Keck, een Sinti met de Duitse nationaliteit, beviel van haar eerste twee kinderen in Duitsland: van Rudolf in 1932 in Deutz, dicht bij Keulen, en van Sophia in 1935 in Kreuznach.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 4 april 1944 met transport 24

Israel Majer Mandelbaum

Robert is de oorlogsnaam van Israel Majer Mandelbaum in het Joods Verdedigingscomité (JVK). Mandelbaum immigreerde samen met zijn vrouw Estera Wajnmann in 1932 vanuit Lublin naar Brussel.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 mei 1944 met transport 25

Gezin Lachman

David Lachman, een Poolse Jood, immigreerde in 1929 op zesjarige leeftijd samen met zijn ouders, zijn vader, Berck, zijn moeder, Garna Kozak, en Michal Icchok, de jongste, die toen drie was.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 mei 1944 met transport 25

Gezin Chapochnik-Zimmerman

Het gezin Chapochnik-Zimmerman immigreerde vanuit Roemenië tussen 1920 en 1922. Van de zeven personen op deze foto zijn er na de oorlog nog drie in leven, onder wie twee die de deportatie hebben overleefd.